huberthedebouw_nederlands

mardi 8 août 2017

Mijn manier om de charmes van Luik te tonen



photo P. Brunain

Op15 augustus leid ik een city-safari voor 63 Gentenaars van de stadsdiensten van Gent. Ze komen rond 15 uur toe in de Guillemins en ik moet hen rond 16h30 loslaten in Outremeuse. Op 15 augustus zakken 200.000 bezoekers af naar de feesten zonder naam : ‘on fête  le 15 août’. Dit is vooral een reuze paseo: een glas drinken onder vrienden. Met mate, zoals onze brouwers benadrukken in hun pub.
Ik heb hen verwittigd : hun ‘Gentse Feesten’ zijn grote cultuur vergeleken met onze 15 août. En onze 15 oogst, dat zijn ook een beetje de kaloten. Maria-Tenhemelopneming, Maria-Hemelvaart, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, de ontslaping/ontslapenis van Maria of halfoogst viert het feit (fact-checking!) dat Maria met lichaam en ziel door God in de hemel werd opgenomen. Deze gebeurtenis staat niet letterlijk beschreven in de Bijbel, maar het is wel één van de dogma’s. Wie daar niet mee akkoord is mag het afstappen…
Ik heb al geprobeerd ‘Saint Napoléon’ in Outremeuse te verkopen die ook gevierd wordt op15 augustus, maar dat pakt niet.
Ik heb een kostuum op maat gesneden van mijn Gentenaars: een Nederlandse versie van mijn blog http://hachhachhh.blogspot.be/2017/07/ma-maniere-de-montrer-les-delices-de.html
De zonnekoning Lodewijk XIV schreef een boekje: ‘Mijn manier om Versailles te tonen’. Ziehier mijn manier om Luik te tonen, van de Guillemins tot Outremeuse.

Luik is de vurige stede. Gent, dat zijn de Stroppen of de stroppendragers.

Rodin had zijn Burgers van Calais de burgers van Gent kunnen noemen. In 1540 veroordeelde keizer Karel V de notabelen van Gent om hem vergiffenis te komen vragen voor de Gentse revolte van 1540 met een strop om de hals. Hij liet 25 mensen ombrengen. De strop is blijven leven als het symbool van fiere weerstand tegen elke vorm van tirannie. Tijdens de Gentse Feesten ziet men vele Gentenaars met een zwart-witte strop rond hun hals.
De Gentenaars stichtten tijdens het bewind van zijn zoon, Filips II, een calvinistische republiek.
Luik is gekend als de ‘Vurige stede’, iets wat men associeert met de supporters van de Standard, maar eigenlijk de titel is van een historische roman uit 1905 van graaf Henry Carton de Wiart. Louis de Bourbon was bisschop van Luik geworden in 1456. Gedurende tien jaar zullen knuppelslagers en
metgezellen van de groene tent hem het leven moeilijk maken vanuit Wellen  en Sint Truiden. De volksmenner Raes de la Rivière de Heers verklaart in 1464 de eigendommen van de bisschop verbeurd. Louis de Bourbon vraagt hulp aan het hof van Bourgondië. In 1467 verzamelt Karel de Stoute een leger van 30.000 man dat de rebellen verpletterde in Brusthem. In 1468 stak Karel de stad Luik in brand  (zie Luikse Oorlogen https://nl.wikipedia.org/wiki/Luiks-Bourgondische_Oorlogen of mijn blog (in het frans)
http://expositions.bnf.fr/flamands/arret_nl/02_2.htm Vijftien jaar ervoor, in 1452, was Gent in opstand gekomen tegen zijn vader, Filip 'de Goede'. Gent werd op 23 juli 1453 in de slag bij Gavere verpletterd: de stad moest een zware boete betalen en verloor een groot deel van zijn privileges. Toen Karel de Stoute in 1467 aantrad braken er in Gent incidenten uit en de nieuwe hertog kon de situatie slechts redden door aan de opstandelingen het herstel van de in 1453 verloren privileges toe te kennen. Maar van zodra de krachtsverhoudingen hem gunstiger waren kwam hij op deze toegeving terug. In 1469 moest de stad Gent hun vorst om vergiffenis te vragen
De tijd van weerwraak voor Gent en Luik kwam na de dood van de Stoute bij Nancy. Maria van Bourgondië, zijn enige erfgename, moest zware toegevingen doen aan de steden en Luik kreeg zelfs zijn Perron terug.

Anseele als eerste Vlaamse socialistische parlementslid verkozen te Luik.

Het is dan ook geen toeval dat 500 jaar later, bij de eerste verkiezingen met het algemeen meervoudig stemrecht in 1894, de Gentenaar Anseele als eerste Vlaamse socialistische parlementslid werd verkozen in Luik. Toen in 1885 in de Borinage een staking uitbrak, had Anseele broden gestuurd naar de stakers.
Toen in 2014 Raoul Hedebouw en Marco Van Hees verkozen werden in de Kamer herinnerdePeter Mertens eraan dat 120 jaar geleden Anseele uit Gent verkozen werd inLuik. “Toen deed niemand heikneuterig over het feit dat hij in Luik was verkozen, Anseele sprak niet één van de twee landstalen, hij sprak de taal van de werkende klasse, die toen nog primeerde op alle nationalistische gevoelens. Ook Raoul en Marco Hees zullen zich niet beperken tot het Franstalige landsgedeelte, ze zullen de stem vertolken van de werkende klasse”.
Anseele zal de taal van de werkende klasse wel verliezen met ouder worden. “Vader” Anseele was de perfecte uiting van het “patriarchaal” socialisme. In zijn “Werklieden bemint uw profijt!” Werklieden bemint uw profijt. De Belgische sociaaldemocratie in Europa   onderzocht Defoort in 2006 het Gentse model van Anseele: “de kapitalisten met eigen middelen bestrijden”.

Ma « Manière de montrer les délices de Liège »

Louis XIV was heel directief in zijn « Manière de montrer les jardins de Versailles ». Een klein uittreksel (in het frans) om dit te illustreren: 
 « 1° En sortant du château par le vestibule de la cour de Marbre, on ira sur la terrasse ; il faut
s’arrêter  sur  le  haut  des  degrés  pour  considérer  la   situation  des  parterres  des  pièces  d’eau  et  les   fontaines des Cabinets.
2° Il faut ensuite aller droit sur le haut de Latone et faire une pause pour considérer Latone, les lézards,  les  rampes,  les  statues,  l’allée  royale,  l’Apollon,  le  canal,  et  puis  se  tourner  pour  voir  le  parterre et le château. 
  Il  faut  après  tourner  à  gauche  pour  aller  passer  entre  les  Sphinx  ;  en  marchant  il  faut  faire  une pause devant le Cabinet pour considérer la gerbe  et la nappe ».
Hier is mijn manier om de charmes van Luik te tonen. Die charmes verwijzen naar « Les Délices du Païs de Liège » is de titel van een boek met gravures van Remacle le Loup, uitgegeven in 1738 door Everard Kints die een voorloper was van de city-merchandising. Iedere kasteeleigenaar moest 4 pistolen betalen om erin te komen en als ze hun blazoen erbij wilden nog eens twee écus. De Spaanse goudmunt was buiten Spanje ook bekend onder de naam pistool (Pistole).

Les Guillemins : een kunstwerk, geen station !

Men begint bij het Guilleminsstation dat bijna  "Liège-Limburg" noemde, een suggestie van wijlen Steve Stevaert en de Waalse minister van Economie, Jean-Claude Marcourt. Dit is geen station, maar een kunstwerk! Calatrava zegt het zelf: "Als men in het station staat bekijkt men niet meer de vorm maar is men in de ruimte, is men het kunstwerk binnengedrongen." De BBC sprak – terecht – over de Guillemins als “his latest sculpture”. De artiest Calatrava te vragen om een bouwwerk te realiseren is gegarandeerd om moeilijkheden vragen! Zie hiervoor mijn blog
photo P. Brunain
De toparchitect Calatrava procedeerde jarenlang tegen het architectenbureau Jaspers-Eyes dat zijn (mooi) gebouw voor het Calatrava-kunstwerk heeft neergepoot, tot groot verdriet van de kunstenaar Fedimmo breit daar nog een «Paradis Express» aan. In 2016 verwerpt de Staatsraad het beroep van de NMBS (lees: Calatrava) tegen Fedimmo….
Een derde eend in de bijt is de Circusgroep die geduldig alle gebouwen die in de buurt te koop kwamen heeft opgekocht.
De toren van Rosen rechts van ons staat er nog omdat hij in 1959 geklasseerd is, maar het huis Rigo op het einde van de esplanade in wording staat er nog omdat er een actiecomité vraagt om het te behouden. De vurige stede is nooit ver weg. Kan men een mooiere architecturale dialoog hebben dan dit station, de toren van Fedimmo en het huis Rigo ?

La Belle Liégeoise op de nieuwe as van het station naar een winkelcentrum


Men moet vanuit het station over de door Calatrava ontworpen esplanade naar de ‘Belle liégeoise gaan. Het ingenieursbureau Greisch dat deze voetgangersbrug bouwde heeft ook de berekeningen van Calatrava overgedaan. De stalen structuur van het station moest 30% verzwaard worden. Greisch is een topper op wereldvlak. De viaduct van Millau is Greisch. De brug van Wandre gebouwd in 1987 werd zes jaar later al geklasseerd als historisch patrimonium.
Luik heeft de kaaien voor de Guillemins helemaal opnieuw aangelegd, en geprobeerd die verkeersluw te maken.
 ‘La Belle Liégeoise’ verwijst naar Théroigne de Méricourt, die een rol(letje) speelde in de Franse revolutie. Baudelaire schreef in zijn Fleurs du Mal : « Avez-vous vu Théroigne, amante du carnage, / Excitant à l’assaut un peuple sans souliers, / La joue et l’œil en feu, jouant son personnage, / Et montant, sabre au poing, les royaux escaliers ? » Bert Decorte vertaalde Les Fleurs du mal in 1946 onder de titel ‘De bloemen van den booze’.
Men gaat niet tot het winkelcentrum Mediacité. De stad wil in het kader van de stadvernieuwing een nieuwe as creëren die van het station naar dat winkelcentrum. Het nieuw museum is in feite vooral een publiektrekker. Laten wij dat winkelcentrum voor wat het is. Voor de opening van Primark in Hasselt hoorde men in de Primark van de Mediacité veel Limburgs….

Een nieuw museum

Daarna moet men rond het nieuw museum van de Boverie gaan. De architect Rudy Ricciotti duwde zijn glasbak in een gebouw van de wereldtentoonstelling van 1905. Onmogelijk om een schilderij op te hangen op die grote glaspartijen. Dit project van 27,6 miljoen heeft tot nu toe enkel gediend voor de vernissages. De architect zegt dat het gebouwd is voor beeldhouwwerken. Voor Ricciotti moest men het “tussen twee expos leeg laten om er een feestje te kunnen bouwen”. Zelfs tijdens de tentoonstellingen staat het leeg …

Een standbeeld van Jef Lambeaux

Men moet dan rond het museum gaan en in de rozentuin het standeeld van Jef Lambeaux bekijken.
 ‘Le faune mordu’ had in 1903 in het driejaarlijks Salon van Brussel gestaan, in de internationale kunsttentoonstelling van de Düsseldorf en was gemedailleerd op de wereldtentoonstelling van Saint-Louis. In 1905 wilde de wereldtentoonstelling van Luik die in de Boverie hebben, maat het katoliek dagblad "La Gazette de Liège" kwam daar tegen op en het beeld werd afgevoerd. Een gemeenteraadslid stelde voor het werk te kopen om dit affront aan de beeldhouwer te herstellen en het beeld komt in het Musée des Beaux-Arts terecht. Het is pas in de jaren 50 dat het in de Boverie zijn plaats vond.
Lambeaux  maakte ook de Brabo in Antwerpen en het paviljoen van de menselijke driften in een gebouw van Horta in het Jubelpark. Het paviljoen is nog altijd gesloten voor het publiek. In Sint Gillis bleef zijn "Godin van de Bocq " in de kelders staan tot in 1976 (llb 29 novembre 2008).

De Mativa-brug en de wereldtentoonstelling van 1905

Aan de andere kant van het Boverieeilandje een andere voetgangersbrug die 100 jaar geleden revolutionair was in het gebruik van gewapend beton. De Mativabrug is gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1905 en is ook geklasseerd. De Amerikanen installeerden in 1945 een reparatiewerkplaats voor hun tanks op de Boverie. Dat brugje heeft dat overleefd. Gelukkig dat de Shermantanks lichtgewichten waren… De twee stalen bruggen van Fragnée en Fetinne dateren ook van 1905.

De cybernetische toren van Schöffer

Men keert op zijn stappen terug en stopt voor de toren van Schöffer. In de jaren vijftig was cybernetica een modewoord, zoals vandaag digitaal. De Frans-hongaarse kunstenaar Nicolas Schöffer surfte op die hype met zijn 'cybernétique autonome' (CYST 1) op het dak van de cité radieuse van Le Corbusier in 1956. Die kerel bruiste van ideeën, met o.a. voor mij persoonlijk zijn top: zijn Percussonor, een sculptuur om op te kloppen en te schoppen en zo geweld in schoonheid om te
zetten, «sculptures à taper dessus pour transformer la violence en beauté ».
Hij is naar Luiks model in 1963 een versie van 360 meter begonnen op la Défense in Paris. De dood van zijn sponsor Pompidou maakte daar een einde aan maar Paris Match zette het project in 1970 nog op de voorpagina van een themanummer « Paris dans 20 ans ».
In 1961 kocht Luik zijn 'tour cybernétique', een kunstwerk van 52 meter hoog. Het maakte lawijt, er bewoog van alles en er floepten lichten uit en aan, dit alles in interactie met de temperatuur, de wind en stadsgeluiden. De kunstenaar had zelfs een « moteur d’indifférence » voorzien die willekeurig tussenkwam om alle monotonie te verbreken. Tien jaar later viel het ding stil. Eigenaardig genoeg heeft een collectief veertig jaar lang geijverd om dat kunstwerk te restaureren en ik denk zelfs dat zij het grootste deel van de kosten op zich hebben genomen. Het architectenbureau Philippe Greisch stond in voor de restauratie, met nieuwe mobiele panelen uit roestvrij staal, nieuwe verlichting, LED, nieuwe elektronakoestische apparatuur, digitale snufjes enzovoort.

De Aarde en Het Water: een beeldhouwer uit de school van Sint Idesbald

Men volgt de Ravel, Réseau Autonome des Voies Lentes , langs het congressenpaleis, naar de brug Albert I. Die werd in 1964 ingehuldigd in aanwezigheid van George Grard die de twee beelden maakte aan de rechtervoet van de brug: De Aarde en Het Water. Dezelfde Grard maakte ook De Lente voor het Middelheim Museum, een Zittende Vrouw bij de de Nationale Bank in de, Berlaimontlaan te Brussel; en De Zee bij het casino te Oostende. Zijn Grote Afrikaanse stond op de Wereldexpo van 1958.

Een lange zwangerschap voor het monument van Pierre Caille

Aan de overkant van de brug stopt men voor een beeld van Pierre Caille, uit dezelfde school van Sint Idesbald, "Liège à ses enfants morts pour elle". Op zijn nogal abstract monument staan negen datums, hoogtepunten uit de Luikse geschiedenis, met onder andere de slag bij Vottem in 1346 (de Luikse Guldensporenslag); de nederlaag van de Hedroits in Othée in 1408 en de Luikse revolutie van 1789. Ik schreef over elk van die revoltes een blog (in het Frans).
 Men toont links, op de heuvel van Cointe boven de Guillemins, het ‘Monument interallié’, van Albert I. http://hachhachhh.blogspot.be/2015/04/le-memorial-interallie-de-cointe.html
De stad Luik weigerde mee te werken aan dit project van Koning Albert, die na de eerste wereldoorlog het idee van het Belgisch martelaarschap wilde hoog houden. Luik wilde een belfort en ‘hommage aux Liégeois combattant depuis dix siècles pour la liberté’. Dit belfort kwam er niet en uiteindelijk besloot men na een tweede wereldoorlog het geld te besteden aan dit monument op de brug die naar Albert genoemd werd. Het is dus niet alleen een neus naar de Mémorial interallié, maar ook aan Albert die onderaan de brug staat, op een ongezadeld paard.

Een beeldenpark

Men trekt de aandacht op ‘L'Arbre et son ombre’ van Daniel Dutrieux (1991) Die bomen zijn uitgekozen voor kleur en vorm. De plaveien gaven op het middaguur van de zonnewende in het jaar 2000, tien jaar na te zijn geplant, de schaduw van de bomen weer, en kunnen in braille ook weer als ‘schaduw’ gelezen worden. Dutrieux gebruikte meermaals braille, om onze collectieve blindheid aan te klagen tegenover het klimaat.

Het enige nationaal monument aan de weerstand

Wij zijn nog niet rond met ons beeldenpark. Voor ons ‘les Terrasses d’Avroy’. De vier beeldengroepen tonen hoe de mens het dier onderwerpt: naast Li Toré hebben wij « Bœuf au repos » (1885) van Léon Mignon, « Cheval dompté » (1884) van Alphonse de Tombay, « Cheval de halage » (1885) van Jules Halkin.
In het park d’Avroy het enige  nationaal monument voor de Weerstand 1940-1945, van de beeldhouwer Louis Dupont, die ook de beelden van de pont des arches kapte. De linkergroep is de gewapende weerstand, en de rechter de intellectuele. Dupont wist waarover het ging: in 1941 werd hij met zijn broer Georges door de Duitsers aangehouden en in de Citadel van Hoei opgesloten.
Wij volgen de rechteroever van de Maas, die aan de voetgangers is teruggegeven.

Een neogotisch postgebouw

Men stopt aan de voet van de Passerelle. Voor ons Hôtel des Postes waarvoor men in 1890 een hele wijk platsmeet. Edmond Jamar gebruikte voor dit neogotisch gebouw moderne technieken, beton en een stalen structuur. In de nissen staan de verschillende ambachten. De neogotiek was politiek zwaar beladen met nostalgie naar een maatschappij waarin meesters en gezellen zonder klassenstrijd in gilden georganiseerd waren. In de periode van absolute katholieke meerderheid (voor het algemeen stemrecht, van 1884 tot 1918) hebben de ‘kaloten’ overal neogotische kerken gebouwd maar ook publieke gebouwen zoals het Provinciaal paleis dat wij verder zullen zien, of deze Grande Poste. Het gebouw is geklasseerd; er zijn al minstens vijf projecten gelanceerd die allemaal een parking vroegen onder de place Cockerill. Een actiegroep Place Cockerill heeft die kunnen blokkeren: het is niet logisch om op die manier auto’s tot in de stadskern aan te trekken.

Rue de la Régence : La Wallonie

In de Rue de la Régence koopt het dagblad La Wallonie in 1922 een gebouw dat zij laten verbouwen door de architect Jean Moutschen.  Het blad La Wallonie was al het officieel orgaan geweest van de Luikse Werkliedenpartij POB van 1903 tot 1906. In 1919 was het Brussels dagblad Le Peuple een Luikse antenne begonnen, die in 1920 herdoopt wordt in ‘La Wallonie Socialiste’. De Luikse Métallos krijgen automatich een abonnement blad waardoor de oplage stijgt van 28 000 tot 50 000 exemplaren.

La Passerelle

De voetgangersbrug dateert van 1880 en noemt officieel « passerelle de la Régence », zoals de straat waarvan zij in het verlengde ligt. De mensen van ’au-delà’ spreken van de « passerelle Saucy», en refereren daarbij naar de boulevard waarop zij uitgeeft in Outremeuse. Wij worden verwacht in de stand van de toneelgroep  le Grandgousier, in de lokalen van het atheneum Maurice Destenay dat in de volksmond Saucy heet.
Wij zullen waarschijnlijk niet meer de tijd hebben om een lus te maken tot aan de Place Saint Paul.

Place Saint Paul: het FGTB en de Sint Pauluskatedraal

In 1948 kopen de Luikse Métallos FGTB daar een herenhuis.Tijdens de Koningskwestie ging daar een vergadering door van het stakingscomité, met syndicalisten zoals André Renard, Robert Lambion, Robert Gillon, en liberalen en communisten. Zij overwogen er een afscheiding van Wallonië. In 1975 bouwt de Regionale FGTB er zijn nieuw gebouw, toneel van vele concentraties.
Rechtover Saint-Paul, ooit een van de acht kapitelkerken, nu kathedraal. De crypte dateert van 966. In de XIIIe eeuw begint men de bouw van het schip. Dat zal drie eeuwen duren.
Deze gravure van Remacle Le Loup toont de kapittelkerk rond 1730, met een stompe, lage toren. Na de revoluties van 1789 wordt het kapittel ontbonden. Na het concordaat van 1801 kiest de nieuwe bisschop Saint-Paul als kathedraal, aangezien de vroegere, Saint Lambert, letterlijk was gedemonteerd als symbool van de tirannie. Napoleon vond die afbraak gauchistisch en in 1811 bouwde men op de stompe toren van Sint Paulus iets wat op de grote toren van Sint Lambertus leek. De stenen kwamen van de ruines van de vroegere kathedraal. Nostalgie …

De Verlichting en de Société Libre d’Émulation

In de rue Soeurs de Hasque kan men binnenspringen in de kroeg ‘Pot au lait’.
Men gaat Place du XX Août even het gebouw van de Société Libre d’Emulation binnen waar nu het Théâtre de Liège huist. De Emulation gaat terug tot 1779 en is gesticht door de verlichte prins-bisschop François-Charles de Velbrück. Op 19 augustus 1789 presenteren de 600 leden van de Vereniging hun eerbetoon aan de revolutionaire burgemeesters die zijn opvolger Constantin François de Hoensbroeck hadden verjaagd. Die schrijft in 1792, na zijn restauratie, in een Mandement dat de Emulation een vereniging van rebellen was geworden die zich er openlijk op toelegde opstandige principes te verspreiden («une société d'insubordination, généralement et publiquement vouée, pendant les troubles passés, aux principes de sédition qui les ont fait naître»).
Op XX augustus 1914 gaat het gebouw in de vlammen op, vandaar de naam van de plaats. In 1930 bouwt de stad er een neoklassiek gebouw dat eigenlijk nooit een definitieve invulling krijgt. In 1960 gebruikt de Universiteit de grote zaal als aula. Van 1985 à 2004 werd die gebruikt door het Conservatorium.
De beeldhouwer Louis-Eugène Simonis beitelt in 1866 André Dumont, die met zijn rechterhand de geologische rijkdommen van Limburg toont. Aan zijn voet een mijnlamp. André Dumont had in 1877 een brochure uitgegeven over de boringen in Nederlands-Limburg waar steenkool was ontdekt. Dumont was ervan overtuigd dat het steenkoolbekken zich verder noordwestwaarts uitstrekte. Dumont werkte samen met zekere Anton Raky (van het latere Foraky) die een revolutionaire methode ontwikkeld had met boorkoppen in diamant. In 1901 vond hij in As de eerste Limburgse steenkool op 541 m diepte. In de streek van As en Genk zijn vele ziekenhuizen, scholen enz. naar Dumont genoemd.

1983 : het gemeentepersoneel op la « dalle »


Er is spijtig genoeg geen tijd om tot aan de ‘îlot Saint Georges’ te gaan die in 1983 gedurende drie maand het zwaartepunt was van de mobilisatie van het stadspersoneel.  Luik was in 83 virtueel failliet. Het ECOLO RPSW (socialisten et progressieve walen) gemeentebestuur legt een drastisch besparingsplan op : in 1981 had Luik 7914 personeelsleden; daarvan blijven er in 2008 3043 over, waarvan 44% statutairen (84% in 1981).

Mijn blogs over wandelingen in Luik

http://huberthedebouw.blogspot.be/2016/12/wandeling-door-de-vurige-stede-luik-van.html

in het Frans
http://hachhachhh.blogspot.be/2017/03/saint-leonard-une-balade-sur-le-theme.html
http://hachhachhh.blogspot.be/2017/01/balade-de-la-boverie-la-place-saint.html
http://hachhachhh.blogspot.be/2017/01/balade-cite-ardente-des-guillemins-la.html
http://hachhachhh.blogspot.be/2014/03/balade-liege-des-revoltes-les-braises.html
http://hachhachhh.blogspot.be/2014/03/sur-lesplanade-saint-leonard-grave-dans.html

vendredi 10 février 2017

De Ruhrtalradweg, een viersterren fietsweg in het industriëel hart van Duitsland



Paula en ik reden in 2016 de Ruhr af langs de Ruhrtalradweg. Mijn broer Roger die jarenlang meubels leverde in de Ruhr voor de Hero was nieuwgierig: een viersterren fietsweg in het industriëel hart van Duitsland? Jawel, het kan! Over die vier sterren straks. En wij vonden Belgische eiken meubels terug bij onze R b&b. Ze kwamen wel niet van de Hero. In Duitsland maken ze er zo geen blijkbaar…

Wannes Vandevelde op verlof in de Ruhr

Wij zien de Ruhr als een grote agglomeratie. In feite is de regio een conurbanisatie  van een aantal grote steden met ertussen grote groene stroken. Dat ontdekte ook Wannes Vandevelde die in Essen zijn grote liefde ontmoette, Christa Bernhardt-Kabisch: “als ze me vragen waar ik op verlof ga,
antwoord ik: “Naar Essen”. Ik krijg dan altijd rare reacties op het Ruhrgebied en dat het er vreselijk zou stinken. In Essen kan je de S-Bahn nemen tot Hösel, 20 minuten. Als je de straat van het station oversteekt struikel je al over de konijnen. Daar kan je uren door de bossen wandelen zonder een huis te zien. Dat komt door bepaalde wetten die voorzagen dat in een industriegebied ook veel groen moest liggen. In Duitsland moet je dan niet afkomen met een rood potlood om het gewestplan te veranderen. Dat pakt daar niet. Je hebt daar ongelooflijke bossen. Bossen. Bossen. Bossen. Landschappen. Dan weer boerenlandschappen. Dan weer boerenlandschappen. Weer industrie en dan weer industrie. Ik vind het Ruhrgebied een land voor dichters. Ik denk dat daar grote poëzie moet kunnen ontstaan” (Wvdv p.291).

De Ruhrtalradweg en de Ruhrauen

De Roerfietsweg is uitzonderlijk groen:  hij passeert voor een groot deel in de Ruhr-Auen, de uiterwaarden die men net als in Nederland grotendeels wil herstellen, met zomerdijken. Onze fietstocht langs de Ruhrtalweg viel samen met de pokemon go hype. Paula Hertogen maakte mij al uit voor een oude zak die zich dik maakt over die gastjes die aan hun ipad geplakt niets of niemand zien. Wij vonden die Pokemonjagers overal terug, zelfs in de meest verloren hoek van de Ruhr-uiterwaarden. Bleek dus dat ook daar punten te sprokkelen waren. Mooi: je kon zo zien dat die bleekschijters van de hele zomer nog niet buiten waren gekomen. Met Pokemon vinden wij ze gebronzeerd terug, en ze zullen hun kilometers hebben gedaan. Een aantal zullen wel onder een auto lopen, maar ik zou zeggen dat het globaal bilan positief is.
Teleurstellend was de wegwijzering: het logo van de Ruhrtal is afwezig op de plaatsen waar men die nodig heeft: bij het binnenrijden en buitenrijden van een dorp. Waardoor je voortdurend verplicht bent je roadbook te raadplegen (in casu de Ruhrtalradweg van Bikeline, ook al onder alles: waar wij met veel plezier de Donau en de Elbe hebben gedaan is hun roadbook voor de Ruhr bijeengeflanst). . Dat komt omdat de Ruhrtalradweg bestaande lokale fietsroutes gebruikt. Daar is niets mis mee, behalve dat men een wegwijzering zou moeten ontwikkelen waar de Ruhrtalweg centraal staat. Een absoluut dieptepunt is het laatste stuk tussen Mühlheim en Duisburg, ook al omdat men de rivier niet meer kan volgen. Men rijdt er door de grootste binnenhaven van Europa en men wordt voortdurend van de stroom weggestuurd door de dokken. Wij raakten er helemaal uit koers. Een geluk bij een ongeluk: wij kwamen toevallig in Meidrerich terecht waar onze wagen stond en onze R b&b.
Maar misschien worden wij een beetje oud en is die fietsweg gemaakt voor mensen die gps op hun fiets hebben  RuhrtalRadweg GPS Track 

De Ruhrtalradweg en zijn vier sterren: pure marketing!

In de ranking van de ADAC staat de Ruhrtalradweg op de derde plaats, met viersterren, na de Elberadweg en de Weserradweg. Over de Weser kan ik niet meespreken, maar de Elbe is een absolute top. Zie mijn blogs
De Ruhr kan er nog niet aan rieken, onafgezien van de wegwijzering die onder alles is. Blijft dan de vraag: hoe is de Ruhrtalradweg aan zijn vier sterren gekomen? Ik denk dat het een puur marketing product is! “Een levendige samenwerking in marketing betaalt zichzelf", zegt Axel Biermann van Ruhr Tourismus GmbH . En Thomas Weber van Sauerland Tourismus voegt eraan toe: "wij hebben enorm gewerkt aan de weginfrastruktuur en aan de bewegwijzering." Hij zegt er niet bij hoeveel ze die vier sterren hebben betaald? Er is een heel netwerk van fietsroutes op vroegere goederensporen. Alleen spijtig dat men er niet het systeem van het Limburgse fietsnetwerk heeft overgenomen. Nu is het geheel onoverzichtelijk. Maar misschien moet men voor dit netwerk op gps overschakelen. ..

Met de trein naar de bron

Hierbij toch kort een overzicht van onze fietstocht langs de Ruhr.Wij lieten onze wagen achter in een R b&b in de Weserstrasse in Meiderich. Een aanrader! We stapten in Duisburg met onze fietsen op de trein. In principe mag je in Duitsland met je fiets overal op het openbaar vervoer. Voor de nationale lijnen en regionaal-express zoals Duisburg- Dortmund moet men reserveren op voorhand. Het aantal plaatsen is beperkt en in het hoofdseizoen is weken op voorhand alles geboekt. Op die hoofdlijnen krijg je voor je fiets een gereserveerde plaats: wagon nummer zoveel, haak x. Maar je weet niet op voorhand waar die wagon zich bevindt in de trein en je kunt niet voortgaan op de samenstelling van de trein zoals ze aangekondigd staat.
Voor de gewone regionale lijnen daarentegen is er geen reservatie mogelijk. In principe zijn er acht plaatsen per trein. Wij waren met meer in Dortmund maar doordat er geen begeleider was – one man cars - heeft iedereen zich een plaatsje kunnen veroveren. De lijn was onderbroken en we moeten een bus nemen om twee stations te overbruggen. Tot zover alles correct behalve dat onze volgende trein naar Winterberg en de bron van de Ruhr twee uur later vertrok. Waardoor wij een vroegere trein namen die maar tot Olsberg ging. In feite geen groot verlies: de Ruhr is er nog heel smal en de fietsweg loopt voor een groot deel op een (drukke) verkeersweg parallel aan de stroom. In feite zou ik aanraden de Ruhrtalweg te beginnen in Arnsberg.

De Möhnekatastrophe

Maar toch iets over Neheim en de Möhnesee. Voor mij een jeugdherinnering:  ik maakte ooit nog een boekbespreking van Dambusters: Operation Chastise
Bij een aanval van de RAF in 1943 werd destuwdam in de Möhne vernietigd. Hierdoor spoelde een vloedgolf van twaalf meter een groot deel van de gebouwen in Neheim weg en maakte daarbij ook vele slachtoffers in een kamp voor dwangarbeiders. Wij reden even de stad in om het kerkhof te bezoeken.
OPERATION 'CHASTISE'
Op 16 mei 1943 bombardeerden 19 Lancaster bommenwerpers de Möhnedam. Slechts 11 ervan keerden terug; 53 bemanningsleden (van de 133) kwamen om. 113 miljoen ton water dreunde door een gat van 25 meter diep en 75 meter breed. Door de twaalf meter hoge vloedgolf vielen in het Möhnedal veel slachtoffers, waaronder 1200 Oekraïense dwangarbeidsters - Ostarbeiterinnen  - in de „Wohn- und Verpflegungslager-Gemeinschaft GmbH“in Neheim. Ze moesten overleven op „Russenbrot“. De ondernemingen die ze tewerkstelden beklaagden zich erover dat het voedsel niet volstond om tussen tien en twaalf uur te werken. Het kamp overstroomde en 526 slachtoffers werden begraven in een massagraf op het Möhnefriedhof in Neheim. Wij hebben dit graf niet teruggevonden.
Wij vonden wel de graven terug van Belgische en Franse krijgsgevangenen.
https://www.youtube.com/watch?v=7HbyQgdRoYo
Dit bombardement was een technisch hoogstandje. Men kon geen torpedo’s gebruiken want er waren torpedonetten. Een zekere Wallis ontwikkelde de stuiterbom, 4 ton, 5,8m lang en een doorsnede van 1,2m. Hij inspireerde zich op het ‘keilen’ van platte kiezels. Die bom moest op 18 meter hoogte worden gedropt, op 1066 meter van de impact, de eerste ‘stuiter’ kwam tot 9 meter weer omhoog, de laatste ‘stuiter’ was op 1,2 meter. Om de juiste ‘stuiter’ te creëren moest de bom 500 toeren per minuut achterwaarts draaien. Voor Air Chief Marshal Harris was dit ‘het meest waanzinnige idee voor een wapen’. https://www.youtube.com/watch?v=8zBp1NCbAr0

Arnsberg, zijn kazerne en de bijzit van een Luikse prinsbisschop

Van Neheim reden wij dan naar Arnsberg. Het stadje loont de moeite en de fietsweg wordt vlak en men blijft in het groen en wordt nier meer de flanken van de vallei opgestuurd. Voor sommigen van onze generatie is Arnsberg de militaire dienst in de kazerne Reigersvliet die eigenaardig genoeg een Vlaamse naam kreeg. De 200 huizen voor de Belgische militairen staan nog altijd leeg.
Arnsberg is een mooi stadje in een Ruhrmeander. Een stadje dat zijn charmes uitspeelt, zonder bling bling. Men heeft er bijvoorbeeld een park aangelegd rond twee onooglijke Gartenhaüser (letterlijk : tuinhuisjes).
En die dateren van een vorige ‚bezetting‘ toen na de val van Napoleon de stad in 1816 bij Pruisen kwam. De staatsarchitect Karl Friedrich Schinkel bouwde er rond de „Neumarkt“ een regeringswijk. De beambten konden achter hun relatief smalle huizen de stroken grond kopen die tot de Ruhr liepen en bouwden daarop tuinhuisjes waarvan er nog twee bestaan.
Arnsberg hing net als Luik af van de aartsbisschop van Keulen. Luik organiseerde een paar jaar geleden een grote tentoonstelling rond zijn aarts- en prinsbisschop Ernestde Bavière. Een van de topwerken was het portret van zijn bijzit Gertrud von Plettenberg. Onze prinsbisschop bouwde voor haar in Arnsberg een kasteel dat via een onderaardse gang met zijn paleis verbonden was; vandaag is daar het regionaal museum dat spijtig genoeg door verbouwingen dicht was. Gertrud was meer dan een bijzit: in  1587 kreeg Ernest een wettige zoon bij haar, Willem van Hollenfelz, die zelfs abt van Stavelot werd. Onze prinsbisschop verbleef sinds 1595 permanent in Arnsberg. Zijn neef Ferdinand von Bayern werd als coadjuteur van Luik aangesteld. Die functie van coadjuteur was een manier om de plaats van prinsbisschop erfelijk te maken voor mensen die geacht werden het celibaat te belijden.

Witten en zijn mijnpatrimonium

Witten is één van de ankerpunten van het industrieverleden op de RuhrtalRadweg. Zie hierover mijn blog (in het Frans, omdat die eeuwenoude koolmijnen veel raakpunten hebben met het mijnverleden van Herstal) http://hachhachhh.blogspot.be/2016/12/la-sauvegarde-du-patrimoine-charbonnier.html
In Hattingen reden wij van de Ruhr af tot in Wuppertal. Het is mooi rijden, met maximum twee percent stijging, door een streek die ze hun klein Zwitserland noemen. Wuppertal is gekend door zijn zweeftrein, meer dan een eeuw na zijn inhuldiging nog altijd de hoofdslagader van het openbaar vervoer. Wij gingen er ook Engels groeten, een boezemvriend van Karl Marx. Naast het Engelshaus is er ook een Engelsgarten. Meer op http://huberthedebouw.blogspot.be/2016/12/wuppertal-zijn-zweeftrein-en-zijn.html

Schloss Landsberg en August Thyssen.

In Essen-Kettwig bezochten wij Schloss Landsberg. Enkel het park is toegankelijk; het kasteel zelf dient als vormingscentrum voor de groep Thyssen. Het is een beetje zoeken: het Ruhrtoerisme is discreet over dit kasteel waar in 1932 een beslissende vergadering doorging waar de staalbarons hun steun aan Hitler toezegden. Het kasteel van Krupp is aan de overkant. Hij noemde het in 1873 ‘villa Hügel’. Een villatje met  269 kamers; en nog eens 60 in een bijbouwtje ‘kleines Haus’. Alfred Krupp werd er ‘opgesloten’ na WO II.
Na Kettwig zijn wij in Mühlheim het spoor van de Ruhrtalradweg verloren: men moet voortdurend de stroom verlaten door de dokken. En zoals gezegd zijn de aanduidingen ondermaats. Maar eind goed al goed: wij kwamen toevallig op de juiste plaats uit, aan onze rb&b in Meiderich, of Duisburg Nord.

De vroegere binnenhaven van Duisburg

Het hoofdargument om de Ruhrtalradweg af te rijden is een rivier van de bron tot aan de monding te doen. Voor de Elbe of Donau is dit minder evident. Aan die monding hebben ze de spectaculaire Rheinorange neergepoot. Wij zijn er niet rechtstreeks kunnen naar toe rijden, maar het leek ons de moeite naar die Rheinorange gereden vanuit onze rb&b in Meiderich. En van daar is het maar een boogscheut tot de vroegere binnenhaven. De Innenhafen maakt deel uit van de Route der Industriekultur. Deze Innenhafen dateert van 1840. Hij was tot de jaren 70 de broodkorf van het
Ruhrgebied met zijn graanmolens en dito silo's. Norman Foster maakte een masterplan om de zone om te bouwen tot woon-, kantoor- en uitgaansgebied. Die binnenhaven heeft zijn charmes, maar laat toch een dubbelzinnig gevoel na: zal de mayonaise pakken? In de voormalige graansilo van de firma Küpper zit nu het Museum Küppersmühle für Moderne Kunst. Maarbovenop moets een monumentale stalen kubus komen van sterarchitecten Herzog & de Meuron. Die werd in 2014 definitief afgevoerd nadat de bouwheer, de gemeentelijke huisvestingsmaatschappij in 2011 de werken had stilgelegd. Men kan zich trouwens afvragen wat dergelijke bling bling projecten met huisvesting te maken hebben?
In 2008 werd een 350-meter lange, halvemaanvormige promenade aan de vroegere houthaven in beton gegoten. Daarachter had een commercieel complex moeten komen, waarvan de trap de sokkel moest zijn. Ook dit project komt niet van de grond.
Ook de Tuin van de herinnering  (Garten der Erinnerung ) ziet er kaal en mineraal uit, met zijn künstliche Ruinen. Dat doet mij teveel aan Albert Speer denken die een hele theorie ontwikkelde over hoe mooie ruines achterlaten na een duizendjarig rijk.  De Ludwigsturmis een trappenhuis waarvan men het gebouw errond heeft afgebroken en een paar bomen bovenop geplant. Dit kon ons niet bekoren.
Interessant  daarentegen vond ik de minimale restauratie van de vroegere stadsmuur. Na de 2e wereldoorlog stond 80% van de vroegere 2,4 km lange stadsmuur nog recht, zelfs al waren tussen de jaren 1815 en 1833 alle poorten (Stapeltor, Kuhtor, Marientor en Schwanentor) al gesloopt. Een groot deel verdween in de jaren zestig. Maar wat er nog staat langs de binnenhaven wordt minimaal
gerestaureerd. Het leest als open boek, men laat de muur in de staat dat men hem gevonden heeft. Men heeft de  klimop verwijderd en alles gestabiliseerd. Het lijkt op een ruïne, maar dat is gewild: het gaat niet om schoonheid, maar om de echtheid.
De binnenhaven moet het hebben van een aantal eetgelegendheden waaronder het spectaculaire Diebels http://www.innenhafen-portal.de/gastronomie/diebels-im-hafen.html
Maar kunnen die overleven als de rest van het masterplan niet van de grond komt (of als het weer niet mee zit om terrasjes te doen?)

Mercator: van Duisburg of van Rupelmonde?

Duisburg wil kapitaliseren op Mercator. Op het Burchtplein staat het Mercatormonument, en een pak gebouwen zijn naar hem genoemd. Eigenlijk hoort hij daar thuis, want in Vlaanderen werd hij het slachtoffer van de Inquisitie.
Gerhard De Kremer werd in Rupelmonde geboren. In 1526 stuurde zijn grootoom hem op twaalfjarige leeftijd naar de school van de Broeders van het Gemene Leven in ’s-Hertogenbosch.  Dit was een lekenorde die openbaar onderwijs organiseerde. De eerste scholen die de drie gewijde talen onderwezen (Grieks, Latijn en Hebreeuws) waren hun initiatief. Van die broeders wordt – volgens mij terecht – gezegd dat het ketters waren. Ook Jeroen Bosch zou een broeder zijn geweest.
De universiteit Leuven verwelkomde Gerard als student in 1530. Hij studeerde er theologie. We geven er ons vandaag geen rekenschap van hoe dat zijn werk beinvloedde. In 1537 publiceert hij zijn eerste kaart, van het heilig land, voor «een beter inzicht in de twee testamenten », “Amplissima Terrae Sanctae descriptio ad utriusque Testamenti intelligentiam”. Hij zat daarmee natuurlijk op gevaarlijk
terrein : dat zou de mensen kunnen aansporen om de Bijbel te lezen, en dat wilde de kerk absoluut vermijden. Lucas Cranach had in 1509 al een kaart uitgegeven van Palestina, en zijn vriend Luther had een gedrukte versie daarvan overgenomen in zijn Bijbeluitgave
In 1544 wordt het warm onder de voeten van Mercator: in Brussel stuurt de inquisiteur Pierre du Fief een Engelse Bijbelvertaler William Tyndale  naar de brandstapel. Hij roept 52 verdachten op waaronder een architect, een beeldhouwer, een vroegere rector van de universiteit, een monnik, drie priesters en … Mercator. Die was juist in Rupelmonde om de erfenis van zijn oom te regelen waardoor hij als voortvluchtig beschouwd werd wat zijn geval nog erger maakte. Geen geruststellende situatie als men hoort wat Ruard Tapper, doctor in de godgeleerdheid aan de universiteit van Leuven, zei over de ketters: “het heeft geen belang als er mensen sterven die onschuldig zijn, als we maar het volk schrik aanjagen door deze voorbeelden; en daarvoor komen eminente persoonlijkheden uit het onderwijs, rijken en adel het best in aanmerking”.
Er wordt hem o.a. zijn correspondentie verweten met Philip Melanchthon, een van de adjudanten van Luther. Hij zit zeven maand vast in de kerkers van het kasteel van Rupelmonde. Hij komt vrij maar zijn bezittingen worden verbeurd verklaard. Mercator en zijn familie verlaten in 1552 Antwerpen om zich in Duisburg te vestigen, waar het stadsbestuur heel tolerant was.
In 1569 publiceert hij zijn « Chronologia » waarin hij het verzet van Luther tegen de aflaten opneemt, waardoor zijn boek op de index komt.
In Duisburg werkt Mercator in 1569 zijn eerste zogenaamde “conforme” kaart uit. Hoewel op deze kaart Groenland groter is dan Zuid-Amerika verkiezen zeevaarders de “wassende” conforme kaart van Mercator (ze varen immers op kompas en maken peilingen met hun astrolabium).
Hij bereikt wereldroem met zijn wereldkaart van 1569 (Nova et aucta orbis terrae descriptio ad usum navigantium).
Ondertussen publiceert hij een aantal theologische teksten die nog altijd weinig bekend zijn. Zo bijvoorbeeld een commentaar op de brief van Paulus aan de Romeinen, waarin hij de theologische basis voor zijn Kosmografie uitlegt.
Duisburg wil Mercator dus voor zijn city-merchandising spannen. Deze strategie is al anderhalve eeuw oud.
In 1869 hoorde men in Duisburg dat Rupelmonde een zeven meter hoog standbeeld wilde oprichten. Drie maand daarna werd in Duisburg de eerste steen gelegd van het Mercator monument. Men heeft zijn naam Gheert de Cremer verduitst tot  Gerhard Krämer gen. Mercator”. Nu, in die periode was de naamgeving niet geformateerd zoals nu. In het raadhuis is een Mercatorkamer, met zijn Atlas minor van 1628 en de eerste Mercator-Atlas. In de evangelischen Salvatorkirche is er een
gedenksteen met een mooi half-relief van een oude en gebroken man. Die steen is weliswaar een eeuw na zijn dood aangebracht. Maar dit toont maar de achting voor onze ketter aan.
Duisburg heeft ook een universiteit en een winkelcentrum naar de aardrijkskundige genoemd. En op Rosenmontag gaat een Mercatorreus uit. In de binnenhaven en in Duisburg-Huckingen staat een monumentale Mercator Globus (gemaakt bij Duisburger Hüttenwerke Krupp-Mannesmann).
Het kan niet op en toch vinden ze het daar niet genoeg. Men wil er nu een hele wijk middeleeuws terug opbouwen, rond de kelders van het voormalige huis van Gerhard Mercator, “een unieke kans om stedelijke planning te koppelen aan een historisch erfgoed." Heel de wijk zal naar de replica van het Mercator-huis genoemd worden.  De
Duitsers houden van een Altstadt, alhoewel wat er in Duitsland overblijft veelal na de oorlog heropgebouwd is. Maar die Mercatorwijk is volgens mij een stap te ver in de citymarketing.
Tot slot nog een woordje over de autostrades in het midden van de stad. Iets vaar de Luikse schepen Lejeune ook van droomde voor Luik en dat ons ‘het gat van Saint Lambert’ heeft opgebracht dat dertig jaar het hart van de stad sierde. In Duisburg waren ze de eerste: de Amerikanen wilden van Duisburg hun uitvalsbasis maken voor hun koude oorlog en de stad kreeg ongebreideld kredieten om die autostrades tot in het hart van de stad te brengen. Persoonlijk vind ik het resultaat afgrijselijk, maar het is iets speciaals, en interessant als negatief voorbeeld.
Hiermee sluit ik dus onze Ruhrtalradweg af. Een unieke ervaring; niet onverdeeld enthoesiast, maar met toch een paar mooie momenten en een interessante referentie in verband met inustriepatrimonium. Hierbij nog de lijst van mijn blogs over het onderwerp.
http://huberthedebouw.blogspot.be/2016/12/wuppertal-zijn-zweeftrein-en-zijn.html